vrijdag 20 februari 2009

ik laat je gaan

ga maar kind

beweeg mee met de winden

de noordenwind de oostenwind

als je meebeweegt dan breek je niet

buigen is beter dan barsten


ga maar mee met de seizoenen

dans in de regen

en baadt in de zon

draag haar zacht naar sneeuw en  ijs

als je warm bent dan bevries je niet


ga maar kind

ga maar mee met de eb en de vloed

kabbel in zacht golvende zee

en bij vloed laat je gaan

ga maar mee



ga maar kind

ga maar

ga maar 

mee


ik heb je lief

ik heb je lief


ontmanteld  kwetsbaar 

drup jij  traag als zalig  zoete nectar 

op gretig uitgestoken tong

verlangend naar vereniging

slurp ik  je op


waar naakte waarheid zich aan mij vertoont

kus ik jouw onschuld weer 

in gretige kinderogen

kleed ik je koude kinderlijflijf 

met omarming


streel ik je schoonheid 

met mijn blik

bewonder hartstocht 

en verlangen

laat ik je nooit meer gaan.



engel

engel



In storm en oorverdovend leven

koerst zij naar stilte 

op vleugels van hoop


in tomeloze overvloed

zoekt zij leegte

op vleugels van vertrouwen


in ongebreidelde hebzucht

toont zij het niets

op vleugels van geloof


in volledige overgave

op vleugels van liefde

schenkt zij VREDE





herst


herfst


oranje rode winden

omarmen bomen

in vurig minnespel

transformeren bladeren

in gloedvolle kleuren


warm oranje bruin

en purperrood

laten zij

in volle overgave

het oude los


terwijl in takken

het nieuwe groen

in kern aanwezig is

richten zij kale kruinen

hoopvol omhoog naar de hemel


waar een waterige zon

achter loodgrijze wolken

indigo blauwe gloed

over een vredig sterfbed spreidt


zoveel verwachting is er in de dood...




doornroosje


hoe lang heb jij nu al geslapen

in jaren die zich langsaam voortbewegen

als lege glas kristallen dromen

ontwaak - doornroosje - ontwaak


wrijf de slaap uit je  dorstige ogen

sper ze wijd wijd open

en zuig naar leven 

met volle teugen


er is geen prins die je zacht wakker kust

je hoeft geen honderd jaar te slapen

als je de moed hebt kun je nu ontwaken

leg hem maar af die dichte doornen droom


verjaag de moeheid uit je bange handen

geef je over strek ze uit

reikhalzend naar de wereld

die overvloedig wacht


laat je verleiden door de engel

die jij al levenslang begeert

vliegvleugel samen eb en vloedig

je naam in eenheid tegemoet.


doornroosje

 

 

bevroren ziel


waarom ik zo ineens

zo diep bedroefd

in het donker van een koude avond

in dikke deken ingerold

verwarming gloeiend hoog

toch maar niet warm kan worden


een vraag die-in mijzelf gekeerd

en uit het lood geslagen

omhoog borrelt in sombere gedachten

waar onmiskenbare waarheid

te groot om te bevatten

zich nestelt in spelonken van mijn ziel


die het pulseren van het bloed

onachtzaam ruw verijdelt

in eenzaamheid bevriest

de vrede wreed verstoord

besef ik dat dit ijzig lot

mij niet alleen behoort


bespiegeling

bespiegeling



onvoorwaardelijke

allesomvattende

onuitputtelijke

lieve liefde


hoe onvermoeibaar

heb ik je gezocht

noord en zuid

oost en west


in diepste diepten 

en in  verste verte

hemel en aarde heb ik bewogen

water en vuur


uitgeput en moedeloos

op mijn schreden 

teruggekeerd

en thuis gekomen


poets ik mijn spiegel schoon 

na zoveel lange jaren

en zie daar onmiskenbaar

een glimp van jou


in mij..




 

gewoon  

  voor Willem




in  mijn spiegel kom ik je tegen

in vlijmscherp schorpioenen vuur

herken ik mijzelf

en ik besef


zo ver en zo nabij

was jij al meer dan honderd jaar

mijn alter ego

en ik denk jouw gedachten


terwijl in schaduwspel

ieder zich in eigen dans

synchroon en vloeiend 

voortbeweegt


zijn vragen overbodig